Naar de hoofdinhoud

Autive — ontwerprichtingen

01

De uitkomst

De kop is de uitkomst die je koopt, met ernaast wat je aantreft tegenover wat je overhoudt. Elke dienst staat als resultaat, niet als aanbod.

02

Het portret

De persoon eerst: foto, naam, en de tekst in de ik-vorm. Diensten als brede rijen met een haarlijn ertussen.

03

Het bewijs

Alles wat er staat is na te meten, met een link naar de bron. Serif koppen, monospace voor elk getal en elke datum.

04

De werkplaats

Begint bij wat er stuk is, niet bij wat ik verkoop. Crème met diep teal, getekende iconen, en de reparatie naast het symptoom.

07

Het tijdschrift

Typografie draagt de pagina. Een opening als een artikel, een leeskolom, en het aanbod in een kader ernaast — geen kaarten.

11

De doorsnede

De pagina zakt van boven naar beneden dieper de laag in, met een golvende grens tussen elke laag. Boven staat wat je bezoeker merkt, onder wat er onder de motorkap gebeurt.

15

De schetsen

De tekening draagt de pagina. Een eigen, met de hand getekende set: elk blok begint bij het voorwerp dat de tekst noemt, en er is geen blok zonder.

16

De invulling

Dezelfde tekenset als 15, maar ingekleurd: een vlek kleur onder de lijn die er net naast ligt. Elk hoofdstuk heeft zijn eigen tint.

17

De potloodtekening

De doorsnede uit 11, maar met potlood: de lagen zijn gearceerd in plaats van ingekleurd, en elk blok draagt een klein merkteken. Hoe dieper de laag, hoe dichter de arcering.

18

Het schetsboek

Een opengeslagen schetsboek: links een tekening, rechts de tekst, en dan omgeslagen. Met een naad in het midden en een bladnummer per spread.

19

De maatvoering

Alles is bemaat, zoals op een werktekening: elke claim draagt een maatlijn met de eis erop en de gemeten waarde ernaast. Waar geen getal is, staat een gearceerd vak met de reden.

20

De kaartenbak

Elk onderwerp is een kaart met een tabje, en het tabje schuift mee met de volgorde — aan de rand zie je hoe ver je bent. Manilla karton en inkt.

21

De legenda

Bovenaan een legenda: elk symbool met zijn betekenis. Daarna draagt elk blok zijn symbool, dus je weet altijd waar je bent — een systeem, geen versiering.

22

Het affiche

Eén ding tegelijk, groot. Elke sectie is een affiche: een kop die je van de overkant kunt lezen, één tekening, en zo min mogelijk tekst eromheen.